Hoe wordt het stadium van een melanoom bepaald?

Het stadium van een melanoom geeft aan hoe ver het melanoom zich heeft ontwikkeld en of het zich heeft verspreid.

Om dat te bepalen, kijken artsen naar verschillende dingen samen.

T – het oorspronkelijke melanoom

Bij de T kijken artsen naar het melanoom zelf.

Ze letten vooral op:

– hoe diep het melanoom in de huid is gegroeid
– of er ulceratie aanwezig is

Die diepte wordt ook wel de Breslow-dikte genoemd.

N – lymfeklieren en verspreiding dichtbij

De N gaat over de vraag of melanoomcellen zijn gevonden in lymfeklieren in de buurt van het oorspronkelijke melanoom.

Ook kleine uitzaaiingen in de huid of vlak onder de huid rondom het oorspronkelijke melanoom kunnen hierbij meetellen.

M – verspreiding verder in het lichaam

De M geeft aan of melanoomcellen zijn gevonden op verder gelegen plekken in het lichaam.

Dat kunnen bijvoorbeeld verder gelegen lymfeklieren, andere delen van de huid of organen zijn.

Hoe ontstaat daaruit een stadium?

Artsen leggen deze informatie bij elkaar. Daaruit volgt uiteindelijk een stadium van 0 tot en met IV.

Heel eenvoudig gezegd:

– bij stadium 0 zit het melanoom alleen in de bovenste laag van de huid
– bij stadium I en II zit het melanoom nog op de oorspronkelijke plek
– bij stadium III zijn melanoomcellen in de omgeving of nabijgelegen lymfeklieren gevonden
– bij stadium IV zijn melanoomcellen verder in het lichaam gevonden

Welke situatie precies bij welk stadium hoort, leggen we uit in het aparte artikel over de stadia van melanoom.

Wat is vooral belangrijk om te weten?

Het stadium wordt dus niet bepaald door één getal of één uitslag.

Artsen kijken naar het oorspronkelijke melanoom, de lymfeklieren en eventuele verspreiding verder in het lichaam. Soms zijn daarvoor meerdere onderzoeken nodig voordat het volledige stadium duidelijk is.

Is iets in deze uitleg nog niet duidelijk?