De stadia van een melanoom uitgelegd

Het stadium van een melanoom geeft aan hoe ver het melanoom zich heeft ontwikkeld en of het zich heeft verspreid.

Artsen kijken daarbij naar meerdere dingen samen:

– hoe diep het melanoom in de huid is gegroeid
– of er ulceratie is
– of er melanoomcellen in nabijgelegen lymfeklieren zijn gevonden
– of er melanoomcellen op andere plekken in het lichaam zijn gevonden

Daaruit volgt een stadium van 0 tot en met IV.

Stadium 0 – melanoom in situ

Bij stadium 0 zitten de afwijkende pigmentcellen alleen in de bovenste laag van de huid.

Ze zijn nog niet dieper de huid ingegroeid en hebben zich niet verspreid.

Stadium I

Bij stadium I is het melanoom dieper de huid ingegroeid, maar er zijn geen melanoomcellen gevonden in nabijgelegen lymfeklieren of op andere plekken in het lichaam.

Binnen stadium I zijn er twee subgroepen: IA en IB. Het verschil hangt onder andere samen met de dikte van het melanoom en met de vraag of er ulceratie aanwezig is.

Stadium II

Bij stadium II zijn er ook geen melanoomcellen gevonden in de lymfeklieren of verder in het lichaam.

Het melanoom is verder in de huid gegroeid dan bij de meeste melanomen in stadium I. Ook ulceratie kan hierbij een rol spelen.

Binnen stadium II zijn er drie subgroepen: IIA, IIB en IIC. Daarbij kijken artsen naar hoe dik het melanoom is en of er ulceratie aanwezig is.

Stadium III

Bij stadium III zijn melanoomcellen buiten de oorspronkelijke plek gevonden, maar nog niet in verder gelegen organen of andere delen van het lichaam.

Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat melanoomcellen zijn gevonden in een nabijgelegen lymfeklier of in de huid rond het oorspronkelijke melanoom.

Binnen stadium III zijn er verschillende subgroepen. Daarbij kijken artsen bijvoorbeeld naar hoeveel lymfeklieren melanoomcellen bevatten en of er melanoomcellen in de huid dicht bij het oorspronkelijke melanoom zijn gevonden.

Stadium IV

Bij stadium IV heeft het melanoom zich verspreid naar verder gelegen delen van het lichaam.

Dat kunnen bijvoorbeeld andere huidgebieden, verder gelegen lymfeklieren of organen zijn, zoals de longen, lever of hersenen.

Wat is vooral belangrijk om te weten?

Het stadium van een melanoom geeft aan hoe ver het melanoom zich heeft ontwikkeld en of het zich heeft verspreid.

Het wordt niet bepaald door één uitslag, maar door verschillende gegevens samen. Daardoor kunnen twee mensen met hetzelfde stadium toch een andere situatie hebben en een ander behandelplan krijgen.

Is iets in deze uitleg nog niet duidelijk?