Als melanoomcellen zich verplaatsen van de oorspronkelijke plek naar een andere plek in het lichaam, spreken artsen van uitzaaiingen.
Waar die uitzaaiingen worden gevonden, maakt verschil. Daarom gebruiken artsen verschillende namen.
Uitzaaiingen in een lymfeklier
Melanoomcellen kunnen terechtkomen in lymfeklieren in de buurt van het oorspronkelijke melanoom.
Soms gaat het om een heel kleine uitzaaiing die pas wordt gevonden wanneer de lymfeklier onder de microscoop wordt onderzocht. Dit wordt een micrometastase genoemd.
Een macrometastase is groter en kan bijvoorbeeld al vóór een operatie worden opgemerkt, doordat een lymfeklier vergroot is of doordat de uitzaaiing bij onderzoek zichtbaar wordt.
Beide betekenen dat er melanoomcellen in een lymfeklier zijn gevonden. Het verschil zit vooral in hoe groot de uitzaaiing is en hoe deze wordt ontdekt.
Satellietuitzaaiingen
Dit zijn kleine plekjes met melanoomcellen in of onder de huid, dicht bij de plek waar het oorspronkelijke melanoom zat.
Ze liggen dus in de directe omgeving van het melanoom.
In-transituitzaaiingen
Melanoomcellen kunnen zich ook via de lymfebanen verspreiden en onderweg naar een lymfeklier een nieuwe plek vormen.
Zo’n uitzaaiing ligt in of onder de huid tussen het oorspronkelijke melanoom en de dichtstbijzijnde lymfeklieren.
Uitzaaiingen verder in het lichaam
Melanoomcellen kunnen zich ook verspreiden naar verder gelegen delen van het lichaam.
Dat kunnen bijvoorbeeld andere delen van de huid, verder gelegen lymfeklieren of organen zijn, zoals de longen, lever of hersenen.
Wat is vooral belangrijk om te weten?
Uitzaaiingen kunnen dus op verschillende plekken worden gevonden: vlak bij het oorspronkelijke melanoom, in lymfeklieren of verder in het lichaam.
De plek waar melanoomcellen worden gevonden helpt artsen om te bepalen hoe uitgebreid het melanoom is en welk vervolg nodig is.
Niet iedereen met een melanoom krijgt uitzaaiingen.