Welke scans gebruiken artsen bij melanoom?

Niet iedereen met een melanoom krijgt een scan.

Scans worden vooral gebruikt als artsen meer willen weten over mogelijke verspreiding van het melanoom, of later om te controleren hoe een behandeling werkt of of er veranderingen zijn. Welke scan wordt gekozen, hangt af van wat artsen precies willen bekijken.

CT-scan

Een CT-scan maakt gedetailleerde beelden van de binnenkant van het lichaam.

Artsen kunnen daarmee bijvoorbeeld kijken naar de longen, lever en lymfeklieren en zien of daar afwijkende plekken aanwezig zijn.

MRI-scan

Een MRI-scan maakt beelden met een sterke magneet en radiogolven.

Bij melanoom wordt een MRI bijvoorbeeld gebruikt om heel precies naar de hersenen te kijken als daar aanleiding voor is.

PET/CT-scan

Bij een PET-scan krijg je via een infuus een kleine hoeveelheid radioactieve suikerachtige stof toegediend.

Cellen die veel energie gebruiken nemen daar meer van op. Daardoor kunnen plekken opvallen die verder onderzocht moeten worden.

Een PET-scan wordt vaak gecombineerd met een CT-scan. De PET-scan laat vooral zien waar cellen actief zijn, terwijl de CT-scan laat zien waar die plek precies zit.

Echo

Een echo gebruikt geluidsgolven om beelden te maken.

Bij melanoom wordt een echo bijvoorbeeld gebruikt om lymfeklieren in de buurt van het oorspronkelijke melanoom te bekijken.

Wanneer krijg je een scan?

Bij een heel vroeg melanoom zijn scans meestal niet nodig.

Bij een verder gevorderd stadium kunnen scans wel onderdeel zijn van het onderzoek of van latere controles. Welke scan nodig is, hangt af van het stadium, eerdere uitslagen en wat de arts precies wil onderzoeken.

Wat is vooral belangrijk om te weten?

Een scan is bedoeld om extra informatie te krijgen.

De verschillende scans kijken ieder op een andere manier naar het lichaam. Daarom kan iemand bijvoorbeeld een CT-scan, MRI, PET/CT-scan of echo krijgen, afhankelijk van de vraag die artsen willen beantwoorden.

Is iets in deze uitleg nog niet duidelijk?